Fragmenten

Koude Rondje

DSC_3980

Het is een lome, trage zomeravond laat in augustus als ik in het vliegtuig stap. Voor de laatste keer vertrek ik naar de "Stad Amsterdam."

Vertrek is dubbel. Vooral nu het de laatste keer is. Tot in mijn allerdiepste haat ik deze momenten. Vertrek doet me pijn. Banden worden ineens weer gerekt en voor mijn omgeving verdwijn ik in het Grote Niets. De komende zes weken bevind ik mij in een ander universum.

Vertrek is ook gemakkelijk waarbij de aankomst een verlossing is. Zorgen die achterblijven, weidse verten die me naar zich toe trekken, me sterk maken, levend maken, en dan de zijdezachte zucht van de voorsteven wanneer die zich in de golven boort.

Zwellende zeilen, de zee die zich opent. Je weet ineens dat je weg bent en nergens meer naar toe kunt. Het is een sensatie die tegelijkertijd angst en tevredenheid oproept.

Na een korte nacht word ik wakker in een fjord nabij Oslo. De frisse geur van dennenbomen vult het dek en een merkbare koude wind raakt mijn huid: mijn vliegtuig heeft me naar een plek gedragen waar de hemelen koud zijn en blauw kleuren. Ik ben in Scandinavië.

In Oslo ontmoet ik Pieter, een vriend en oud-collega. We praten bij en halen verhalen op. Hij vertelt over de geslotenheid van de Noorse bevolking, over de hoge levensstandaard, en de wonden van het land na de aanslagen van juli. Noorwegen is in diepe rouw maar in plaats van zich door angst te laten overmannen, blijft de Noor trouw aan haar openheid.

DSC_3835

Een dag later heb ik er al niets meer mee te maken. Voordat de zee begint en de wind ons het land uitduwt varen we een dag tussen de fjorden onderweg naar het Schotse Peterhead. Het zijn niet de torenhoge inhammen die ons insluiten maar eerder een glooiend idyllisch landschap vol sagen en vertellingen waar ik de betekenis niet van ken omdat ik nooit eerder in Noorwegen ben geweest.

DSC_3917

Als het land aan het eind van de dag langzaamaan van ons weg vaart brengen de hemelen ons diepblauw paarse koude luchten van een intensiteit zoals alleen een naderende herfst die kan aankondigen. Een fascinerend schouwspel openbaart zich: kleuren worden dieper, de nachten worden langer en de dagen korter.

DSC_3950

Na vijf dagen Noordzee lopen we op een druilerige ochtend Peterhead binnen. Ooit bezat het stadje een florerende vissershaven maar de wereld is hier binnen gevaren en heeft middels strenge reguleringen de visserij grotendeels verdreven.

Tegenwoordig wordt Peterhead vooral bevolkt door bevoorradingsschepen voor boorplatformen op diezelfde Noordzee. Op een avond breng ik samen met Jacob een bezoek aan een ultramodern Noors exemplaar, de "Troms Capella." We krijgen een rondleiding van de Poolse tweede stuurman. Trots laat hij ons de enorme brug zien en toont ons de ankerlier-ruimte ter grote van een balzaal. Verwonderd lopen we rond. Het is een compleet andere wereld dan die van de "Stad Amsterdam."

Op een vrije woensdagmiddag lopen we een rondje door het slaperige dorpje en belanden na een bezoek aan Schotland's oudste zalmrokerij (uit 1585) in de pub. Het is een van de weinige dingen die je hier kunt goed kunt doen: drinken.

Na Peterhead volgt wederom een vijfdaagse reis, deze maal terug naar thuisbasis IJmuiden. Hier varen we twee weken lang dagtochten op de Noordzee voor ons moederbedrijf. Het zijn erg routinematige reisjes: uitvaren, zeil zetten, overstag gaan, zeil weghalen, om vervolgens weer IJmuiden binnen te lopen - en dat twee weken lang.

Het is raar om in Nederland te zijn. Veel liever ben ik ver weg en er ook echt niet. Groningen is toch ruim twee uur in de auto en iedere avond komt het in me op om even snel naar huis te gaan voor een nachtje thuis maar het vooruitzicht dat ik de volgende ochtend alweer om vier uur naast mijn bed moet staan om op tijd in IJmuiden te zijn houdt me tegen.

DSC_4242

De rest van de reis brengt naast de dagtochten vanuit IJmuiden een week London, mastinspecties, goede gesprekken met Collin over vlinderen en fladderen en veel, heel veel muziek. Met name John Martyn en de Cowboy Junkies slepen me er doorheen.

Vooral word ik iedere nacht, voor de laatste keer, naar buiten getrokken en kan ik het niet nalaten na te denken over de vraag hoe ik straks kan wennen aan een andere plek dan deze gesloten plek die de rest van de wereld niet nodig heeft.

DSC_4066

In elke haven maar vooral op zee duikt het schip in de schaduw van de nacht, zoals een blinde man naar een onzichtbare horizon zoekt. Nu het nog kan omhels ik het allemaal.

Het leven aan boord van een schip wekt spanning op die je nergens anders mee kunt vergelijken. De zee, de smaak van zout en wind, de zon boven je hoofd, de immense oceaan: het versterkt al mijn sentimenten.

Vermoeidheid en een harde zee ontregelen je oordeelsvermogen.

Als er niemand bij je is om te praten, praat je met je handen, met je voeten, met het schip. Je praat met de zeilen, het kompas, met je opa die je hebt verloren (hij komt speciaal een praatje maken), met de meisjes die je nooit hebt benaderd, de vrouw die op je wacht aan het eind van alle golven, misschien.

Van de golven waarin alles samenkomt en waarin je blik al snel volkomen zinloos dreigt te verdwalen, en door het orgastisch wiegen van de zee laat je je leiden door je instincten die soms een goede gids zijn, maar soms ook niet.

En: het ontbijt na iedere nachtwacht, maar ook het onderlinge geklaag en de kameraadschap, die totale overgave aan de natuur.

"De zee is zintuigelijk een verstandhouding hebben met alles wat je omringt" schrijft Eliane Georges in "De Zee." In hetzelfde boek zegt Isabelle Autissier dat een ware omgang met de zee inhoudt dat je "luistert naar haar innerlijke zang en bij het zoeken naar wind meteen ook speurt naar haar betekenis."

Beide hebben ze gelijk. Zeelieden zijn grote dromers.

Hoe dan ook. De held van dit verhaal keert terug naar z'n oorsprong. Als hij aan de terugreis begint komt hij er achter dat hij niet langer dezelfde persoon is. Alle ervaringen en ontdekkingen: hij is sterker en zekerder. Volwassen misschien. Zijn enige keuze is om de terugkeer intens te ervaren, om alles diep van binnen te begrijpen en te houden van alles dat achtergelaten is.

Hetzelfde geldt voor de zeeman. De dagen op zee zijn al op afstand, zelfs al voor de terugkeer. Al het werk, de manoeuvres en oefeningen, de aandacht voor de zeilen, het schip en collega's: de verwondering en emoties zijn z'n bagage. Een beetje trots en nederig zet hij voet aan wal en keert terug naar huis.

Te varen is ieder moment te leven.