Fragmenten

Caribbean ("Paradise Lost")



Het leven in de Caribbean is goed - erg goed zelfs. Maar: vaak ben ik verstoken van een internet signaal waardoor het bijhouden van een website geen doen is. Nu ik op Curaçao ben, na anderhalve maand varen, heb ik eindelijk wel de tijd en de gelegenheid. Een update dus!

Sinds 13 januari vertoef ik in de Caribbean. Ik ben opgestapt op St. Maarten, en ben vanaf daar richting Martinique gezeild. Zeilen kan hier iedere dag onder prachtige omstandigheden: strakke wind, die meestal uit dezelfde richting waait, en natuurlijk heerlijke temperaturen.

De tochten afgelopen periode bestonden uit luxe-cruises, fotografie reizen en culinaire reizen. De laatste twee vond ik persoonlijk het leukst: leuke, open-minded gasten, waarmee ik een goed contact had. De luxe-cruises waren iets anders van toon: de meeste gasten leken bang te zijn voor de Grote Boze Neger, of meenden dat ik, als matroos, maar elders aan een touw moest gaan trekken.

Vanaf St. Maarten zijn we via St. Eustatius, St. Kitts, St. Lucia, Illes des Saintes en Dominica naar Martinique gezeild. Hier vandaan hebben we vervolgens zeil gezet naar onder andere Bequia, Tobago Cays, en afgelopen week, onderweg naar Curaçao, naar Grenada.



Door het drukke schema aan boord heb ik weinig tijd gehad om eilanden echt te bezoeken. Maar: ik heb tot noch toe vooral genoten van de kleinere, minder toeristische eilanden, zoals St. Kitts, Illes des Saintes, en Bequia. Ook Tobago-Cays is erg bijzonder. Hier heb ik onder andere gesnorkeld met zeeschildpadden en stingrays.



Tobago-Cays en Bequia behoren tot de ministaat St. Vincent & The Grenadines, en hebben een ontspannen sfeer, en een nog nauwelijks ontwikkelt massa-toerisme die de meeste van de eilanden wel bereikt heeft in de vorm van cruiseschepen.

Forten van westerse decadentie. Fascinerend vind ik ze.

Het zijn meestal bliksembezoeken. Flatgebouwen meren aan en spuien hun passagiers uit in een speciaal opgezet winkelcentrum - een veilig gebied voor de toerist. Op Curaçao wacht de Nederlandse bezoeker zelfs een Douwe Egberts en een Albert Heijn.

Welkom thuis. Welkom in de Caribbean.

Op Grenada, waar passagiers in het wild mogen rond lopen, ben ik getuige van een grappig schouwspel. Opgejaagd door lokale handelaartjes en taxi chauffeurs die geld ruiken, schuifelen toeristen, gewapend met buideltas en camera, langs marktkraampjes. Een vis wordt bruut geslacht. Een schapenkop aan een spies. Afschuw in de ogen van de toerist: is dit de Caribbean? Is dit het paradijs?



Anderen blijven liever aan boord en nemen het eiland al hardlopend of squashend tot zich, vanaf het sportdek.

Na een paar uur vertrekken de schepen weer. De toerist keert terug naar de veilige wereld van on-board gokpaleizen, restaurants en bars.

Aan globalisatie ontkomt niemand. Ook niet de inwoners van de Caribbean.

Het is zonde: St. Kitts en St. Vincent, waar men tot voorheen nog op sinaasappel en suikerriet productie kon leunen, moet zich anno 2011 wel overgeven aan de massa-toerist. Dit doet men soms misschien iets te gemakkelijk - uit nieuwsgierigheid naar iets van een westerse levensstandaard. Dan weer worden ze gedwongen door internationale regelgeving die concurrerende productie niet langer haalbaar maakt.

Een goed voorbeeld zijn de hier veelal groene sinaasappelen die de Europese Unie niet op haar markt toestaat. De kleur van sinaasappels hoort immers geel te zijn, en niet groen. Einde oefening voor St. Kitts en St. Vincent.

Dat het ten koste gaat van de lokale cultuur is een feit. McDonalds en Starbucks schieten als paddenstoelen uit de grond, en zonder luxe Mercedes of pick-up kan zelfs de grootste rastafari tegenwoordig niet leven. De veranderende levensstandaard zet bovendien de eilandgemeenschap onder druk, met alle sociale veranderingen ten gevolge.

Op Curaçao word ik als blanke Europeaan aangekeken als een wandelende geldzak. Als ik in een bar naar de smaak van de uitbaatster niet hard genoeg doordrink - of toch misschien voor een iets duurder drankje zou moeten gaan, word ik weggekeken en aangezien voor een krent.

Een westerling ben ik, en geld uitgeven zal ik.

De hele situatie maakt van haar een geldmaniak. De wereld is een marktplaats. Maar: misschien is het ook mijn naïviteit. Ik probeer haar te begrijpen, maar de agressie waarmee ze mij ziet - of in mijn optiek: mij niet ziet - maakt me te ongemakkelijk voelen. Na twee drankjes reken ik maar af en verlaat ik haar zaak. Terug naar mijn eigen veilige wereld aan boord van de "Stad Amsterdam."



Met collega's ga ik op Curacao een avondje naar Mambo Beach. Ik kijk mijn ogen uit. De cameraploeg van TMF en Mental Theo ontbreekt nog net. Of: het had ook een TROS feestje kunnen zijn. De grootste familie van Nederland. Hollandse "gezelligheid" in de Caribbean. Jonge Nederlandse meisjes - PABO of verpleegkunde studentes op "buitenland" stage - die zich te goed doen aan drank en geiligheid, op de beats van goedkope Hollandse meezingers.

De volgende ochtend blazen ze stoom af in Willemstad, waar lokale horeca ondernemingen worden gerund door jonge ambitieuze Nederlanders van het niveau "Nick & Simon." Hun terrasjes worden 's middags weer bevolkt door Telegraaf-lezend Nederland, of naïeve Amerikaanse toeristen die alles wat anders is toch wel aanzien voor "local-culture."

Ben ik te pessimistisch? Een vermakelijk schouwspel is het allemaal zeker. Misschien geloof ik nog te veel in sprookjes: de onbedorven wereld van witte stranden en gemoedelijke negers, die niet op mijn geld uit zijn, maar alleen maar een praatje willen maken. Een wereld die niet meer lijkt te bestaan. Of: misschien ben ik zelf juist wel die arrogante westerse bezoeker, voor wie het paradijs er niet uitziet zoals hij wil dat het er uit ziet? Heb ik melancholie naar een wereld die ik nooit niet gekend heb?

Anderzijds: ik geef de eilandbewoners ook geen ongelijk. Van lucht kan niemand leven. En nee: een hek om het eiland zetten is ook geen optie. De wereld draait door, en ik realiseer mij ook: welvaart is niet alleen iets voor westerlingen. Maar: waar ligt je grens? Waar is je trots? En: hoe ver wil je gaan voor die hogere levensstandaard?

Misschien heeft hetgeen ik zie vooral te maken met mijzelf.

Ik ben afgestudeerd, heb inmiddels een bul op zak, en ga zeilend de wereld rond. En: dat is ook iets wat ik wil blijven doen. Althans: het onderweg zijn. Ik wil reizen. Ontdekken. Vinden. Groeien. Zowel in de buitenwereld - reizen en de wereld ontdekken - als ook in mijn binnenwereld. Geestelijk groeien. Scherp blijven en niet afstompen. Dat is mijn grootste angst.

"The road is life" schreef Jack Kerouac. Mijn leven is een leeftocht. Als net afgestudeerde is mijn grootste angst terecht te komen in de machinerie van "carrière-tijgeren" en traineeships, en al het andere wat je als net afgestudeerde moet najagen. Volgens mij zijn er anno 2011 1.001 manieren om je leven in te richten, maar de "rat-race" van lease-auto, doorzonwoning, en drie keer per jaar op vakantie laat ik aan mij voorbij gaan.

Geluk ja, maar dan wel op mijn eigen voorwaarden.

Ik wil vrij zijn. Eigen baas zijn. Rebelleren. Experimenteren, blijven groeien - en toch bemind worden. Maar: net als al die moderne wereldburgers op Martinique, St. Vincent, St. Lucia en al die andere eilanden, kan ook ik niet van lucht leven.

Hoe vind ik die middengrond? Hoe behoud ik mijn eigen identiteit - mijn eigen ruimte, vrijheid en creativiteit om mijn leven in te richten, op mijn eigen voorwaarden, zonder mij te verliezen? Hoe zorg ik in deze Moderne Wereld goed voor mezelf, zonder door haar verteert te worden?

Tijdens een van de reizen afgelopen periode was er een Amerikaan aan boord, Tim, die me op het hart drukte: "if you have an idea, either do it, or just leave it." Creativiteit, eigenzinnigheid en doorzettingsvermogen. "Outside the box thinking." Iets in die trend. Dat leken de sleutelwoorden. Dicht bij jezelf blijven. Leef nu.

Lege woorden op het scherm wellicht, maar: ik doe mijn best. Inspirerend en enthousiasmerend waren ze sowieso.

Voorlopig besluit ik mij vooral te richten op mijn eigen vermogens om mijn leefwereld in te richten. Ik zorg goed voor mezelf door mijzelf te omringen met mensen die ik graag om mij heen heb, en door dingen te ondernemen die me plezier geven. Ik laat me niet uit balans brengen door keuze mogelijkheden. Het gaat er niet om wat ik allemaal wel niet met mijn leven kan, maar wat ik met mijn leven wil.

Nu realiseer ik me vooral dat ik het leven leef wat ik altijd al heb willen leven. Dat is toch wel het meest overtuigende bewijs voor mezelf dat ik het goed doe. Werken op de "Stad Amsterdam" is me ook niet zomaar overkomen, en thuis heb ik mensen om mij heen die mij steunen en dierbaar zijn. Mijn studie was een juiste keuze: het heeft me gebracht wat ik zocht. Dus: ik doe het goed. Kennelijk beschik ik over het vermogen datgene naar me toetrekken wat ik nodig heb. Daar vertrouw ik voor de toekomst dan ook maar op.

En: net zoals sommige eilanden in de Caribbean vergeet ik niet dat ook ik wellicht een aantal concessies zal moeten doen. Kortom: een leven in balans, maar mezelf prijsgeven ten koste van alles, nee, dat nooit.

Ja: de stormen zijn op zee, maar soms ook in mijn hoofd.

Voor tips of ander soortig advies: mail me gerust op webmaster@peter-postma.nl.

De "Stad Amsterdam" vaart ondertussen gewoon verder. Deze week ligt ze in
Willemstad en hebben we een aantal evenementen in de haven, en een aantal sunset-cruises. 7 maart vertrekken we weer naar Martinique, om vanaf daar een tiendaagse cruise naar St. Maarten te maken. Daarvandaan vertrekken we 20 maart naar Puerto Rico, om uiteindelijk begin april in Amerika aan te komen. Hier doen we onder andere nog New York (!) en Boston aan. Ik verheug mij vooral nog op Puerto Rico en New York!

Tot zover. Tegen die tijd verschijnt hier vast en zeker weer een update.